vrijdag 17 juni 2011

Kunstenaar Germain Janssens 1920 - 1994

UIT HET LEVEN VAN BEELDHOUWER GERMAIN JANSSENS.

…. In 1990 deed een publiek geheim de ronde dat in een kasteelpark te Destelbergen een 200- jarige beuk omgebeiteld werd tot een imposant kunstwerk. 

Dit 5 meter hoge beeld “Ode aan de havenarbeiders” is het levens- en eindwerk van Germain Janssens…. 


&&&&&&&
Op 5 juli 1920 werd Germain Janssens geboren in een bescheiden gezin te Gentbrugge. 
Heel vroeg werd de kleine jongen door zijn ouders opmerkzaam gemaakt op de mooie dingen rondom. 
Zijn vader was behanger garnierder in een destijds gerenommeerd Gents decoratiehuis en zijn moeder gaf stille wenken betreffende kleuren en draperen van stoffen.
Germain maakte op 7-jarige leeftijd een eerste beeldhouwwerk uit een hoop zavel op straat.
Het betrof de kop van een visser, getooid met een zuidwesterhoed.

De artistieke ontplooiing kwam pas later, want de jonge Germain volgde van 1931 tot 1936 les aan de gemeentelijke muziekschool te Gentbrugge.
Hij ontving er de eerste prijzen voor notenleer en viool.
Ondanks uitmuntende resultaten liet hij de muziekstudies varen om op 27 april 1937 een lange loopbaan als postbode te starten. 
Het beroep van muzikant schrikte hem af en hij koos voor een stabiele toekomst, omdat hij geen uithuizige echtgenoot wou worden voor zijn toekomstige vrouw.

Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan.
In 1945 trok hij naar de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Gent om er gedurende 11 jaar avondlessen te volgen aan de afdeling tekenen en beeldhouwen. 
Hij leerde er de basistechnieken, behaalde hoogste onderscheiding en werkte in de beginperiode traditiegetrouw naar de antieke voorbeelden.
Ondertussen huwde Germain en vestigde zich in de Nachtegaaldreef 58 te Sint-Amandsberg.
In de voorkamer op de verdieping voorzag hij een klein atelier. 
Na zijn dienstronde verdween hij in dit kamertje. 
Honderden kilo’s materiaal werden naar boven gebracht. 
De resulterende beeldhouwwerken plaatste hij in zijn tuin om de wisselwerking tussen natuur en licht te bestuderen.
Dit was echter zonder de buren gerekend. 
Het beeld van een naakte vrouw was in die tijd nog zo schokkend dat Germain het op politiebevel diende te verwijderen.

Op zijn eigen individuele manier ontwikkelde de beeldhouwer een persoonlijke vormgeving, gesteund op zijn ideologische achtergronden. 
Germain stond open voor een vernieuwde vormentaal, los van de klassieke, naturalistische traditie. 
Vooral de werken van Henry Moore lieten hem niet los en hij bekeek ze met liefhebbende kunstenaarsogen. 
Zijn beelden blijven figuratief, maar het vloeiende lijnenspel gaat terug naar de oervorm.

Bij de creatie werkte Germain puur instinctief. 
Zelden gingen plannen zijn schepping vooraf. 
De beeldhouwer werd meester over de materialen. 
Hij beheerste de verschillende steensoorten, marmers en hout op een verbazende manier.
Even waagde hij zich aan een experimentele opbouw van afgedankt ijzer, bouten en schroeven om de industriële opmars te concretiseren en de daaruit voortvloeiende afvalberg te symboliseren.

Tijdens de wintermaanden hanteerde hij de schildersborstel en realiseerde opmerkelijke schilderijen. 
In een ondefinieerbaar palet van groen, lila, roze en blauw werden landschappen in de huiskamer geboren.
De kunst van Germain Janssens is doordacht en verweven met een allesomvattende liefde voor zijn werk, maar ook voor het volk.
Gedurende zijn 42-jarige loopbaan als postbode was hij actief in Meulestede, midden het havengebied en het ruwe leven van dokwerkers. 
Toch waren de arbeiders bijna als zijn kinderen, bij wie hij trachtte de ruige bolster te doorbreken om hen te verheffen naar een hogere waarde.
In de cafés, tussen pot en pint, las hij gedichten voor. 
Om hen nog beter te benaderen schreef hij in 1978 en 1989 twee dichtbundels.

In 1968 richtte Germain het “Creatief Centrum der Posterijen” op, met als doel personeelsleden op te vangen en hun vrije tijd te vullen met plastische en artistieke creaties.
In 1972 kreeg hij opdracht van Minister Anseele een sculptuur te maken ter ere van de postbodes. 
Het twee meter hoge houten beeld, geplaatst in de toenmalige publiekzaal van de post op de Koornmarkt, stelt drie postbodes voor, de drie koningen als het ware. 
Hun benen en voeten zijn stoer uitgewerkt, als symbool voor de kracht van de arbeidende massa. 
De uithollingen in het bovengedeelte verwijzen naar de hoger, geestelijke ontplooiing van de brievenbestellers.

&&&&&&&

 ….    Nadat hij een passende ode aan de postbodes had gebracht, wachtte Germain op het geschikte moment om hulde te brengen aan zijn havenarbeiders.
Dat ogenblik kwam er nadat in 1990 een oude beuk, staande in het kasteelpark “Succa”, geveld werd door een zware storm. 
De kasteeleigenaars schonken hem de boom en hij kon aan de slag.
De maquette had hij al klaar, maar het beeld vorderde niet zoals verwacht. 
Germain kreeg zware gezondheidsproblemen. 
Toch wachtte de kolossale stam geduldig op zijn voltooiing en kreeg een bestemming op het rond punt aan de afgebroken “badzaal” in de Voorhaven. 
Het gezicht van de havenarbeider wordt niet toevallig gericht naar de vroegere dienstronde van Germain.  Deze “allerlaatste” sculptuur werd ingehuldigd door Meester Piet Van Eeckhout, omringd van stads- en havenbestuur.
Germain verliet ons met een uitgeput hart, voor altijd,  in de Volkskliniek te Gent, op 8 juni 1994    ….

&&&&&&&

Dit beeld, ondertussen gehavend door natuurelementen, werd volledig hersteld door “oud” studie, tijd - en zielsverwant, Walter De Buck.
Getooid in een mantel van polyester vertoeft het opnieuw in het havengebied om voortaan de tand des tijd te tarten.








Geen opmerkingen:

Een reactie posten